Monday, February 1, 2016

Legend (2015) Review

Lucas Versantvoort / 22 januari 2016

Het is altijd bizar als er een film verschijnt over "de beruchtste criminelen van Londen" en je nooit van hen gehoord hebt. Terwijl je je weer eens afvraagt of je wel genoeg historisch besef hebt, stap je de bioscoop in. Al snel wordt diezelfde vraag vervangen door het groeiende besef dat regisseur Brian Helgeland (bekend van L.A. Confidential) wel heel duidelijk de grote gangsterklassiekers aan het citeren is. Helaas bereikt Legend zelf, ondanks de titel, die 'legendarische' hoogtes niet.
Reggie Kray is een berucht figuur in de criminele wereld van Londen. Zijn schizofrene, homoseksuele broer Ronny zit in een tbs-kliniek, maar met wat subtiel geuite dreigementen weet Reggie hem vroegtijdig vrij te krijgen. Samen zijn ze van plan om hun positie te versterken in de Londense onderwereld. De schizofrene, paranoïde Ronny blijkt snel een blok aan Reggie's been te zijn. Reggie kan geen drastische maatregelen nemen, omdat het tenslotte zijn broer is. De film wisselt beelden van de criminele activiteiten van beide broers af met Reggie's complexe relatie met Frances Shea, die niets anders wil dan dat Reggie zich loskoppelt van de criminele wereld waar hij zich zo in thuis voelt. 
Legend is een betere misdaadfilm dan het recente Black Mass, maar net als bij die film ontbreekt een cruciaal element: emotie. Het verhaal zit vol complexe personages, maar het lukt regisseur Helgeland niet om dit op een meeslepende manier te vertellen. Je weet dat de emotie aanwezig is, maar je ondergaat het nooit. De gangsterklassiekers wisten je altijd te laten vereenzelvigen met mensen die eigenlijk brute moordenaars zijn, maar met Legend lukt Helgeland dat niet en zelfs Tom Hardy in een dubbelrol kan daar weinig aan doen.
Deze emotionele afstand is vooral stuitend bij Reggie's relatie met Frances. Helgeland besteedt veel aandacht aan deze moeizame relatie, maar je blijft er altijd op een afstand naar kijken. Je kunt dit - gezien het feit dat Legend een gangsterfilm is - rechtvaardigen door te zeggen dat er met opzet voor een kritische blik is gekozen, maar dat is bij het uitbeelden van zo'n dramatische relatie als die tussen Reggie en Frances geen excuus. 
Je kunt aan veel dingen merken dat we hier wel degelijk met de schrijver van L.A. Confidential te maken hebben. Alleen al de tijd die hij besteedt aan het uitdiepen van de relatie tussen de broers en tussen Reggie en Frances bewijst dat Helgeland weet dat een gangsterfilm zonder interessante en sympathieke personages weinig voorstelt. Het probleem is dat de personages slechts 'interessant' blijven, maar nooit onze sympathie oproepen en dit gebrek aan ontroering is voor een ‘karakterdrama’ als Legend fataal.

Spotlight (2015) Review


Lucas Versantvoort / 22 januari 2016

Het is ironisch dat Tom McCarthy tien jaar geleden in HBO's The Wire nog een corrupte journalist speelde en nu een film maakt in de traditie van All the President's Men. Spotlight 'werpt een licht' op de Spotlight-divisie binnen de krant The Boston Globe die in 2002 na een langdurig onderzoek een enorm kindermisbruikschandaal binnen de Katholieke Kerk onthulde. McCarthy bouwt zijn film - en de spanning - langzaam op. Wat Spotlight uiteindelijk echt onderscheidt, is dat het de slachtoffers niet uit het oog verliest. 
In 2001 krijgt The Boston Globe een nieuwe redacteur genaamd Marty Baron. Bij de kennismaking met zijn team vertelt hij over een onlangs verschenen artikel waarin een advocaat beweert dat de aartsbisschop van Boston jarenlang een pedofiele priester heeft beschermd. Baron vraagt zich af waarom niemand in The Boston Globe zich hiermee bezighoudt. Het Spotlight-team begint in opdracht van Baron aan het onderzoek en ontdekt dat deze verdoezeling slechts het topje van de ijsberg is.
Voor een film over een paar journalisten die een groot schandaal ontdekken, is er maar één maatstaf, All the President's Men (1976), de film over Washington Post-journalisten Woodward en Bernstein wiens onderzoek naar het Watergate-schandaal leidde tot de afzetting van president Nixon. Die film had ook wat subtiele thrillerelementen, zoals geheime ontmoetingen en afluisterapparatuur. Tot zo´n thriller ontpopt Spotlight zich niet. Hier vindt de geheimhouding en manipulatie plaats met een 'vriendelijke' schouderklop en een aantal 'ons kent ons'-opmerkingen. Wel slaagt Spotlight erin, net zoals All the President’s Men, het gevoel over te brengen dat je samen met de hoofdpersonen alles aan het ontdekken bent. In beide films weet je de uitkomst al, maar de reis blijft even spannend en de ontdekkingen even ontluisterend. 
Ook knap is dat regisseur McCarthy niet vervalt in het veroordelen van het katholieke geloof, iets wat gezien dit onderzoek naar de misstanden in de Katholieke Kerk heel makkelijk en begrijpelijk zou zijn. McCarthy zei in een interview dat hij met de film niet het geloof wil aanvallen, maar een verhaal over de kracht van journalistiek wil vertellen. Toch vervalt McCarthy niet in het verheerlijken van journalistiek. Natuurlijk staat een film als Spotlight volledig achter de morele kracht van onderzoeksjournalistiek, maar McCarthy zet de journalisten niet op een voetstuk. Hij benadrukt dat dit ook maar mensen zijn die fouten maken. Zo blijkt bijvoorbeeld dat een van de redacteurs al jaren eerder betrokken was bij een artikel over een pedofiele priester, maar nu spijt heeft dat hij toen niet nader onderzoek heeft gedaan. McCarthy kijkt met een kritisch oog naar de journalisten en menselijk gedrag in het algemeen. Hij had heel makkelijk dit ogenschijnlijk kleine detail achterwege kunnen laten en het nobele streven van het Spotlight-team kunnen verheerlijken, maar als een ‘echte journalist’ bekijkt McCarthy de situatie van meerdere kanten.
Spotlight is niet alleen een waardig geestelijk opvolger van All the President's Men, maar stijgt ook boven die film uit vanwege de empathie voor dit emotionele verhaal en voor de slachtoffers.

The Big Short (2015) Review

Lucas Versantvoort / 20 januari 2016

Films over het instorten van de economie zie je niet elk dag. The Big Short, het verhaal over een handvol mensen die de crash van 2008 zagen aankomen, vertelt dit doemscenario met veel flair. Aan de cynische toon van de film kun je echter merken dat de filmmakers gefrustreerd zijn over de crisis en het feit dat die voorkomen had kunnen worden. 
Hedgefondsmanager Michael Burry (Christian Bale) duikt de cijfers van de Amerikaanse huizenmarkt in en doet een ijzingwekkende ontdekking: deze markt - en dus de economie - staat op instorten. Handelaar Jared Vennett (Ryan Gosling) ontdekt hetzelfde en om te profiteren van deze voorkennis sluit hij een deal met een andere hedgefondsmanager, Mark Baum (Steve Carell). Vennett vertelt hem dat het instorten van de huizenmarkt terug te herleiden is tot CDO's ('collateralized debt obligations'). Twee jonge investeerders, Geller en Shipley, zien ook de crash aankomen en proberen hier met hulp van gepensioneerde bankier Rickert (Brad Pitt) een slaatje uit te slaan.
Het is mooi om Steve Carell weer in een voornamelijk serieuze rol te zien na zijn succes met Foxcatcher. De rol is vrij eentonig en een emotioneel subplot maakt weinig indruk, maar dat ligt meer aan het script. Christian Bale valt ook op als de neurotische, verlegen Michael Burry die niet serieus genomen wordt en de enige op zijn werk is die de crash ziet aankomen. 
De film weet - zoals een van de personages zegt - dat mensen niet graag willen nadenken over wat er allemaal mis kan gaan. Dat maakt het ook niet makkelijk voor The Big Short, een film over het instorten van de markt. De schrijvers proberen daarom het scenario te voorzien van dialogen die van het scherm spatten, zoals we dat wel gezien hebben in The Social Network. Deze flair zien we ook terug in de montage. Soms levert dit geweldige momenten op, zoals wanneer personages in de camera kijken en iets corrigeren of becommentariëren. Maar wanneer het mislukt, komt het over als een wanhopige poging om het script ‘cooler’ te maken dan het eigenlijk is. Vooral pijnlijk zijn de momenten dat de filmmakers bekende sterren -- zoals Margot Robbie in een badkuip -- erbij halen om de ingewikkelde terminologie begrijpelijker te maken. De film wil zo wanhopig het complexe verhaal met een vette knipoog toegankelijk maken dat het iets wegneemt van de gravitas van het feitelijke verhaal. 
Het zijn dit soort stilistische keuzes die het succes van de film op een vrij paradoxale manier in de weg staan. De film is overtuigend en vermakelijk vanwege de flair waarmee het de crisis en het exces van de banken in beeld brengt, maar deze flair maakt de film soms te gestileerd en ongeloofwaardig. Dezelfde paradox zien we ook in de casting. De bekende acteurs zijn allemaal geloofwaardig, maar hun bekendheid neemt iets van het realiteitsgehalte weg. Het cynisme en de onderliggende frustratie houden The Big Short - in tegenstelling tot de huizenmarkt - uiteindelijk wel staande.